Lezingen

Zondag 12 juli 2020 - Vijftiende zondag door het jaar - A

Jes. 55, 10-11 Het Woord uit Gods mond
Mt. 13, 1-23 De parabel van het zaad

Willibrordvertaling 1975
Evangelie volgens Matteüs
Hoofdstuk 13

Parabels
Op zekere dag had Jezus zijn huis verlaten en zat aan de oever van het meer. 
Toen verzamelde zich bij Hem een menigte zó talrijk, dat Hij in een boot moest stappen om daar plaats te nemen, terwijl de hele menigte langs het strand bleef staan. 
De zaaier
Hij sprak tot hen over vele dingen in gelijkenissen. “Eens", zo begon Hij, "ging een zaaier uit om te zaaien. 
Bij het zaaien viel een gedeelte op de weg en de vogels kwamen het opeten. 
Een ander gedeelte viel op de rotsachtige plekken, waar het niet veel aarde had; het schoot snel op omdat het in ondiepe grond lag. 
Toen de zon was opgekomen, kreeg het te lijden van de hitte, zodat het verdorde bij gebrek aan wortel. 
Weer een ander gedeelte viel onder de distels en deze schoten op, zodat het verstikte. 
Een ander gedeelte tenslotte viel op goede grond en leverde vrucht op: deels honderd-, deels zestig-, deels dertigvoudig. 
Wie oren heeft, hij luistere.”
Zijn leerlingen kwamen Hem vragen: “Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen?” 
Hij gaf hun ten antwoord: “Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk der hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven. 
Aan wie heeft, zal gegeven worden, en wel in overvloed; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft. 
Als ik tot hen spreek in gelijkenissen, dan is het omdat zij, ofschoon zij ogen hebben, niet zien en ofschoon zij oren hebben, niet horen of begrijpen. 
Zo wordt in hen de profetie van Jesaja vervuld die aldus luidt:
     Met uw oren zult gij luisteren en toch niet verstaan,
     met uw ogen zult gij kijken en toch niet zien.

    Want verhard is het hart van dit volk,
     met hun oren luisteren ze slecht
     en hun ogen doen zij dicht,
     uit vrees dat zij zouden zien met hun ogen,
     met hun oren zouden horen,
    met hun hart zouden verstaan,
    zich zouden bekeren en Ik zou hen genezen.

   Gelukkig úw ogen, omdat zij zien, en úw oren, omdat zij horen! 
Want voorwaar, Ik zeg u: vele profeten en rechtvaardigen hebben verlangd te zien wat gij ziet, maar zij hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort, maar zij hebben het niet gehoord. 
Gij dan, luistert naar de gelijkenis van de zaaier: 
Zo dikwijls iemand het woord van het Koninkrijk wel hoort maar niet begrijpt, komt de boze en rooft weg wat gezaaid ligt in zijn hart; dat is hij die op de weg gezaaid is. 
Die op rotsachtige plekken werd gezaaid, is hij die het woord hoort en het terstond met blijdschap opneemt: maar hij heeft geen wortel geschoten, hij leeft bij het ogenblik, en als hij omwille van het woord verdrukt of vervolgd wordt, komt hij onmiddellijk ten val. 
Die gezaaid werd tussen distels is hij die het woord wel hoort, maar dit wordt door de zorgen van de wereld en de begoocheling van de rijkdom verstikt en zo blijft het zonder vruchten. 
Maar die in goede aarde werd gezaaid, is hij die het woord hoort en begrijpt en daarom vrucht draagt: bij de één is de opbrengst honderdvoudig, bij een ander zestigvoudig en bij een ander dertigvoudig.”